
Als ondernemer wil je op je website kunnen bouwen zoals je op je boekhouder bouwt: voorspelbaar, professioneel en zonder onverwachte drukmiddelen. Daarom kijk ik met extra aandacht naar de derde aangepaste klacht die WP Engine heeft ingediend tegen Matt Mullenweg en Automattic. Niet omdat dit ‘drama’ is, maar omdat het laat zien wat er kan gebeuren als één partij tegelijk scheidsrechter én speler is in een ecosysteem waar veel bedrijven afhankelijk van zijn.
Wat er nieuw is in de derde aangepaste klacht
WP Engine heeft opnieuw stukken toegevoegd en eerdere zwartgelakte delen zijn deels zichtbaar gemaakt. De kern blijft hetzelfde: WP Engine stelt dat Mullenweg en Automattic hun positie rond WordPress, WordPress.org en aanverwante infrastructuur hebben gebruikt om druk uit te oefenen op hostingpartijen en andere spelers in de markt.
De nieuw onthulde passages zijn vooral bedoeld om de antitrust en monopoliseringsclaims te onderbouwen. Denk aan interne berichten die volgens WP Engine laten zien dat het niet ging om ‘normale’ merkbescherming, maar om het afdwingen van betalingen en het beïnvloeden van concurrentie. Of die beschuldiging klopt, is aan de rechter. Wat wél duidelijk is: de toon en het taalgebruik in de aangehaalde documenten zijn stevig, en dat maakt dit relevant voor iedereen die zakelijk op WordPress leunt.
De discussie over ‘nuclear war’ is minder semantisch dan het lijkt
Een opvallend detail is de hernieuwde aandacht voor de uitdrukking ‘all out nuclear war’. De verdediging zou tijdens een zitting hebben aangevoerd dat Mullenweg niet letterlijk ‘nuclear war’ zou hebben gezegd, maar alleen naar ‘nuclear’ zou hebben verwezen.
In een voetnoot stelt WP Engine dat documenten die door de tegenpartij in discovery zijn overhandigd, juist bevestigen dat de term wél is gebruikt. Het gaat volgens de klacht om een bericht van 13 september 2024, kort voordat de campagne tegen WP Engine zou zijn gestart, waarin Mullenweg schrijft dat het bij WP Engine “op all out nuclear war” zou kunnen lijken als het conflict niet goed wordt opgelost.
Als je dit leest als ondernemer, denk je waarschijnlijk hetzelfde als ik: woorden zijn niet altijd beleid, maar ze verraden wel intentie. En in juridische geschillen is intentie vaak precies waar het om draait.
Een e mail aan Stripe: proberen een betaalpartner te bewegen om te breken
Een tweede nieuw onthuld element is een e mail die Mullenweg volgens de klacht aan een senior executive bij Stripe stuurde. Stripe is voor veel bedrijven een basisvoorziening voor online betalingen.
WP Engine stelt dat Mullenweg Stripe vroeg om “any contracts or partnerships with WP Engine” te annuleren. Daarbij zou hij hebben gedreigd dat, als Stripe dat niet zou doen, Automattic de eigen contracten met Stripe zou beëindigen.
Los van de vraag wie juridisch gelijk krijgt, is dit voor mij een heel tastbaar voorbeeld van marktmacht die verder gaat dan een meningsverschil. Wie een betaalprovider of infrastructuurpartner onder druk zet, raakt direct aan de continuïteit van een ander bedrijf. En dat is precies het soort risico dat Nederlandse mkb bedrijven vaak onderschatten wanneer ze afhankelijk worden van een platform of ecosysteem waar één partij veel knoppen bedient.
‘Destroy all competition’ en de rolvermenging rond WordPress
In de klacht verwijst WP Engine naar paragrafen 200 en 202, waarin interne documenten volgens hen suggereren dat de tegenpartij erkent de mogelijkheid te hebben om “destroy all competition”. WP Engine koppelt dit aan de stelling dat bijdragen aan communityprogramma’s, zoals “Five for the Future”, in de praktijk zouden zijn ingezet als hefboom om concurrenten te laten betalen op een manier die vooral Automattic zou helpen.
De klacht legt daarbij extra nadruk op rolvermenging: Mullenweg zou tegelijk optreden als hoofd van een nonprofit foundation, als beheerder of eigenaar van kritieke dot org infrastructuur, en als CEO van een commerciële concurrent via Automattic. WP Engine stelt dat juist die combinatie het mogelijk maakt om druk te zetten op marktpartijen.
Voor ondernemers en marketeers is dit de les die je niet pas wilt leren wanneer het misgaat: governance doet ertoe. Niet alleen in overheden of corporates, maar ook in open source en communitygedreven ecosystemen. Als de spelregels en de scheidsrechter niet duidelijk gescheiden zijn, kan een conflict snel groter worden dan je contract ooit heeft afgedekt.
‘Ze krijgen vandaag hetzelfde gratis’: twijfel over de merklicentie lijn
WP Engine haalt ook een passage aan die volgens hen de verdediging ondermijnt dat het hier gaat om legitieme handhaving van merkrechten. In interne communicatie zou zijn erkend dat “any Tier 1 host (WPE for example)” weerstand zou bieden tegen een merklicentie, omdat ze “the same thing today for free” krijgen. En dat ze nooit hebben betaald voor WordPress trademarks en dat ook niet zouden willen.
Waarom is dit belangrijk? Omdat het de discussie verplaatst van “we handhaven ons merk” naar “we veranderen de regels en verwachten dat grote partijen gaan betalen voor iets dat ze al kregen”. Dat is precies het grijze gebied waar commerciële belangen, communityretoriek en juridische argumenten door elkaar kunnen lopen.
Als je zelf software bouwt, een SaaS hebt of een dienst levert op basis van een ecosysteem van derden, herken je dit mechanisme: wat jarenlang impliciet was, kan opeens expliciet worden, met een prijskaartje erbij. Dat hoeft niet per definitie onrechtmatig te zijn, maar het is wel iets waar je vooraf scenario’s voor wilt hebben.
Carrot en stick: ‘fair game’ als partijen niet meewerken
In paragrafen 211, 214 en 215 verwijst WP Engine naar interne correspondentie die volgens hen laat zien dat men verwachtte naleving af te dwingen met een “carrot” of een “stick”. In diezelfde lijn zou zijn besproken dat partijen die niet akkoord gaan met prijsverhogingen via een partnership met een vermeend trademarklicentie onderdeel “fair game” zouden zijn.
WP Engine stelt dat er zelfs is gesproken over het “stealing their sites”, wat in de klacht wordt neergezet als het effectief uitschakelen van concurrenten. Ook wordt een interne indeling aangehaald waarin men relaties zou labelen als vrienden die veel betalen, partijen die men tot vrienden wil maken door ze te laten bijdragen aan Automattic, en ‘charlatans’ die men vrij spel zou geven.
Ik ben hier bewust voorzichtig in mijn woorden, want dit zijn beschuldigingen in een procedure. Maar als ondernemer kun je wél vaststellen dat dit soort interne framing het risico op escalatie vergroot. Zodra een leverancier of ecosystemeigenaar concurrenten gaat indelen in ‘goede’ en ‘slechte’ spelers op basis van betaling of loyaliteit, ontstaat een situatie waarin zakelijke keuzes onder druk komen te staan.
Een breder plan: minstens tien concurrenten op een lijst
Misschien het meest strategische onderdeel zit in paragrafen 218 tot en met 220. WP Engine stelt dat het zelf de publieke ‘stick’ was in een breder plan, en dat er minstens tien andere concurrenten op een lijst stonden die men met vergelijkbare eisen wilde benaderen.
Verder beweert WP Engine dat andere partijen, zoals Newfold en een niet met naam genoemde partij, “exorbitant sums” zouden betalen in deals die de “use of” trademarks omvatten. In één van de geciteerde passages zou een partij bevestigen dat geld van de hostingpagina direct naar de tegenpartij gaat. In ruil daarvoor zou Mullenweg hebben gezegd dat hij die partij had “shielded” tegen directe competitieve acties.
De klacht noemt ook een moment waarop de bijdrage in een bepaalde maand werd weggezet met de opmerking dat er drie jaar van nodig zou zijn voor een nieuwe Earthroamer, en dat een voorgestelde maandelijkse betaling plus bijdragen aan WordPress.org “not going to work” zou zijn. WP Engine gebruikt dit om te laten zien dat bedragen niet vast zouden staan, maar konden worden opgeschroefd.
In gewone mensentaal gaat het hier om een patroon: betalen geeft rust, niet betalen leidt tot druk. Als dat bewezen wordt, dan is dat precies het soort gedrag waar antitrustwetgeving op is gericht.
Wat je hier als Nederlands mkb bedrijf mee kunt, zonder paniek
De rechter bepaalt wat er feitelijk bewezen is en welke consequenties daaraan hangen. Maar jij hoeft niet te wachten op een uitspraak om er iets verstandigs mee te doen.
Als jouw organisatie WordPress gebruikt, of diensten afneemt van partijen die daar sterk van afhankelijk zijn, kijk dan nuchter naar je afhankelijkheden. Weet wie je hosting, updates, plugins, betalingen en domein gerelateerde onderdelen beheert. Leg vast wat je doet als een leverancier onder druk komt te staan, of als voorwaarden veranderen. En bespreek intern wie de eigenaar is van dit risico, want dit is niet alleen ‘iets van IT’ of ‘iets van marketing’.
Tot slot: blijf bij fundamentals. Een website is een kanaal, geen anker. Zorg dat je klantdata, content en betaalstromen niet vastzitten op één plek waar je geen invloed op hebt. Dan houd je regie, ook als de markt om je heen onrustig is.
Veel van het eerder verborgen materiaal in deze zaak is bedoeld om claims over marktmacht en monopolisering te ondersteunen. Wat er nu gebeurt, ligt bij de rechter. Wat jij vandaag kunt doen, is zorgen dat jouw bedrijf niet de speelbal wordt van andermans conflict.