
Als je social media serieus inzet voor groei, dan herken je dit vast: op maandag voelt posten logisch, op donderdag is het ineens brandjes blussen en op vrijdag beland je weer in ‘we moeten nog iets plaatsen’. Dat kost tijd, het levert onnodige stress op en het zorgt bijna altijd voor wisselende kwaliteit.
Een social media kalender geeft structuur. Je legt vast wat je wanneer publiceert en op welk kanaal, waardoor je consistent zichtbaar blijft zonder elke week opnieuw het wiel uit te vinden. Hieronder leg ik uit wat het is, welke onderdelen erin horen, wat het je oplevert en hoe je er in 2026 eentje opzet die ook echt gebruikt wordt.
Wat is een social media kalender?
Een social media kalender is een overzicht van je geplande berichten. Je ziet in één oogopslag wat je gaat plaatsen, waar je het plaatst en wanneer het live gaat.
Soms is het heel simpel, bijvoorbeeld alleen een datum met een onderwerp en een korte beschrijving. In teams die wat vaker campagnes draaien of met meerdere mensen aan content werken, wordt het meestal uitgebreider. Dan staan er ook tijden, conceptteksten, links naar visuals, hashtags en statusupdates in. Het doel blijft hetzelfde: rust in je hoofd en voorspelbaarheid in je uitvoering.
Welke onderdelen horen erin?
Als je wilt dat het overzicht niet alleen ‘mooi’ is, maar ook bruikbaar, dan heb je een paar vaste velden nodig. Ik heb in de praktijk gezien dat teams pas echt snelheid maken als iedereen dezelfde taal spreekt in de planning.
Denk aan het platform waarop het bericht komt, bijvoorbeeld Instagram, LinkedIn, X of TikTok. Zet er ook de geplande publicatiedatum en tijd bij, want ‘ergens volgende week’ is meestal een recept voor gedoe.
Daarnaast helpt het enorm als je het type content vastlegt, zoals een losse afbeelding, video, carrousel, poll of een tekstpost. Voeg de copy toe, inclusief een duidelijke call to action. Koppel er links naar de visuele assets aan, zodat niemand hoeft te zoeken in mapjes of oude mailtjes.
Werk je met hashtags, dan horen die erbij. Draai je campagnes, dan wil je ook campagne details kwijt, zoals UTM parameters voor tracking. Tot slot zijn status en publicatielink belangrijk. Status maakt samenwerking makkelijker, bijvoorbeeld concept, in review, gepland of gepubliceerd. De publicatielink is je geheugen, maar ook je basis voor analyses en rapportages.
Waarom je er als groeiend bedrijf veel aan hebt
Een kalender is geen extra laag administratie. Het is juist een manier om minder tijd kwijt te zijn aan ad hoc werk.
Je bespaart tijd omdat je kunt plannen en produceren in batches. In plaats van elke dag opnieuw te schakelen, maak je bijvoorbeeld op één ochtend meerdere posts klaar. Dat scheelt contextwissels en het haalt de druk van last minute ‘we moeten nog iets’.
Je blijft consistenter zichtbaar. Groei op social media komt zelden door één briljante post. Het is meestal herhaling, herkenbaarheid en een ritme dat je volhoudt.
Je wordt ook beter georganiseerd. Alles staat op één plek, waardoor je sneller kansen ziet, bijvoorbeeld feestdagen, beurzen, productlanceringen of terugkerende rubrieken.
Kwaliteit gaat omhoog omdat je vanzelf een reviewmoment inbouwt. Daardoor voorkom je slordigheden in teksten, verkeerde links of visuals die niet kloppen met je merk.
En misschien wel het meest onderschat: samenwerken wordt rustiger. Een kalender is een gedeeld vertrekpunt. Iedereen weet wat er komt, wie wat doet en wat nog aandacht nodig heeft.
Zo maak je een social media kalender die werkt
Een planning opzetten is niet ingewikkeld. Het misgaat meestal doordat mensen te groot beginnen, te veel kanalen tegelijk willen, of meten op de verkeerde dingen. Daarom bouw je het stap voor stap op: eerst begrijpen wat werkt, dan keuzes maken, dan plannen, publiceren en bijsturen.
1. Start met een audit van je huidige content
Voordat je nieuwe ideeën gaat verzinnen, wil je weten wat er al gebeurt. Veel bedrijven hebben meer bruikbare content dan ze denken, maar het ligt verspreid of is nooit goed geëvalueerd.
Begin met doelen. Als je social media inzet om naamsbekendheid te vergroten, heb je andere signalen nodig dan wanneer je vooral websiteverkeer of leads wilt. Koppel die doelen aan duidelijke KPI’s. Maak ze SMART, dus concreet, meetbaar, haalbaar, relevant en met een tijdlijn. ‘Meer engagement’ klinkt lekker, maar pas met ‘binnen 90 dagen 20 procent meer reacties per post op LinkedIn’ kun je sturen.
Kijk daarna naar je best presterende berichten. Welke onderwerpen kregen reacties, welke formats werden bekeken en gedeeld, welke tone of voice werkte. De meeste platformen geven je al veel inzicht via hun eigen analytics.
Werk je op meerdere kanalen tegelijk, dan is het handig om alles in één overzicht te trekken. Met een tool zoals Social Analytics in de Semrush Social Toolkit kun je prestaties naast elkaar zien voor Facebook, Instagram, LinkedIn en TikTok, en per platform inzoomen op posts, engagement en bereik. Dat maakt patronen sneller zichtbaar en het scheelt handmatig knippen en plakken.
2. Kies je kanalen en je contentmix
Niet elk kanaal is even logisch voor elk bedrijf. Ik zie regelmatig dat teams zich verplicht voelen om overal actief te zijn. Het gevolg is half werk, en half werk voelt je doelgroep.
Kies eerst waar je publiek echt zit en hoe mensen daar willen consumeren. Een praktische manier is om ook naar concurrenten te kijken. In Semrush Traffic en Market, via de Behavior dashboard, kun je het gedrag van je eigen doelgroep vergelijken met dat van maximaal vier concurrenten. In het onderdeel Social Media zie je waar die doelgroepen actief zijn. In Interests krijg je meer gevoel bij waar ze op aanslaan.
Houd ook nieuwe platformen in je achterhoofd, maar behandel ze als experiment, niet als verplichting. Threads kan bijvoorbeeld goed werken voor meer persoonlijke verhalen en reacties. Bluesky zie ik vaker terug bij educatieve content en niche onderwerpen. Of het past, hangt af van je merk en je capaciteit.
Als de kanalen helder zijn, bepaal je wat je gaat plaatsen. Een contentmix helpt je om niet te vervallen in alleen maar zenden. Twee simpele richtlijnen die in de praktijk goed werken zijn de 80 20 verdeling en de regel van derden. Bij 80 20 gaat het grootste deel naar informeren, uitleggen of vermaken, en een kleiner deel naar promotie. Bij de regel van derden verdeel je je posts over drie soorten: curated content of user generated content, berichten die interactie uitlokken, en promotionele posts.
Merken die dit goed doen wisselen af. Ze laten af en toe hun product zien, maar delen ook klantverhalen, praktische tips en soms een luchtige post die herkenning oproept. Het gaat niet om perfect, het gaat om volgbaar en menselijk.
Durf te variëren in formats. Video, afbeeldingen, infographics, tekstposts, testimonials, user generated content en livestreams kunnen allemaal werken, zolang je het format laat passen bij het kanaal. Een samenvatting van een blogartikel voelt vaak natuurlijk op LinkedIn, maar kan op Instagram of TikTok juist stroef overkomen.
3. Bouw je kalender: zelf, met een template of met een tool
Er zijn drie routes, en welke je kiest hangt vooral af van je team, je workflow en je ambities.
Zelf bouwen geeft volledige controle. Dat is fijn als je goed weet hoe je reviewrondes lopen, wie waar verantwoordelijk voor is en welke details je wilt vastleggen. Houd het wel simpel. Een kalender moet tijd teruggeven, niet extra werk veroorzaken. Kleurcodering kan helpen om sneller te scannen, zolang je ook een duidelijke uitleg toevoegt. Kies bovendien een plek waar je team al comfortabel mee werkt, anders wordt het een document dat alleen jij bijhoudt.
Met een template ben je sneller onderweg. In de basis heb je dan kolommen voor kanaal, dag, onderwerp, copy, visuals, links en status. Je kunt het precies zo uitgebreid maken als nodig is, maar je hoeft niet vanaf nul te beginnen.
Een dedicated tool is handig als je planning, creatie en publicatie in één omgeving wilt. Semrush Social Poster is zo’n voorbeeld. Je kunt posts vooruit plannen voor Facebook, Instagram, LinkedIn, X en Google Business Profile, en publiceren vanuit één dashboard. Er zit ook een AI assistent in voor het sneller schrijven van conceptteksten. Zie dat vooral als hulp bij de eerste versie. De echte kwaliteit komt nog steeds van je merkverhaal en je kennis van klanten.
4. Plan je publicatiemomenten en zet scheduling slim in
Als je eenmaal weet wat je gaat maken, is timing de volgende laag. Posten op het juiste moment en met een haalbare frequentie kan zichtbaar verschil maken, vooral op kanalen waar de eerste minuten aan interactie meewegen.
Bepaal per kanaal wanneer je publiceert en hoe vaak. Gebruik de inzichten die je platformen al geven. Instagram laat bijvoorbeeld zien op welke dagen en tijden je volgers actief zijn. Kijk niet alleen naar piekmomenten, maar ook naar wat je kunt volhouden. Drie goede posts per week is beter dan zeven haastige.
Wil je dit kanaal overstijgend bekijken, dan helpt een overzichtstool. In Social Analytics kun je bijvoorbeeld zien welke dagen relatief meer bereik en vertoningen gaven, waardoor je planning minder op gevoel leunt.
Vervolgens ga je vooruit plannen. Dat is de makkelijkste manier om consistent te blijven zonder elke keer handmatig te posten. Werk je met een spreadsheet of template, dan plan je vaak direct in de platformen zelf. X heeft een ingebouwde planner, en Facebook kan via Meta Business Suite.
Gebruik je een centrale tool zoals Social Poster, dan zie je alle geplande posts in één kalender en kun je tijden aanpassen zonder in vijf dashboards te hoeven werken. Een nieuwe post maak je aan, je kiest het kanaal, schrijft de tekst, voegt visuals en links toe en je plant het bericht in. Als je campagnes draait, kun je daar ook UTM parameters toevoegen zodat je later weet wat verkeer en conversies heeft gebracht.
5. Meet wat er gebeurt en pas je kalender aan
Een planning zonder meting is vooral een planning voor het gevoel. Meten hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar je moet wel weten waar je naar kijkt, en dat koppel je terug aan je doelen.
De meest gebruikte KPI’s zijn engagement, conversies en websiteverkeer. Engagement gaat over reacties, comments en shares, dus signalen dat je content iets losmaakt. Conversies zijn verkopen, leads, inschrijvingen of andere acties die voor jouw bedrijf waarde hebben. Websiteverkeer is wat er vanuit social naar je site komt, en dat meet je goed in GA4.
Voor engagement kun je starten met de native dashboards van de platformen. Pinterest laat bijvoorbeeld saves en clicks per post zien. Als je meerdere kanalen tegelijk beheert, is een centrale weergave vaak praktischer. In Semrush Social Analytics kun je per kanaal rapporten openen zoals Total interactions of Engagement, afhankelijk van het platform, en trends over tijd volgen.
Conversies meten vraagt meestal om UTM tracking. UTM parameters zijn kleine stukjes tekst die je achter een link zet, zodat je in analytics ziet welke campagne of post iets heeft opgeleverd. In Social Poster kun je die tijdens het plannen toevoegen via de UTM knop, waarna het systeem de link voor je opbouwt.
Voor websiteverkeer in GA4 ga je naar Reports, vervolgens Life cycle, Acquisition en Traffic acquisition. Daar zie je bronnen zoals Organic Social en Paid Social, inclusief engagement metrics. Wil je per platform kijken, dan voeg je een filter toe op Session source medium, kies je exactly matches en selecteer je de platformen. Zet daarna de tabel op Session source, zodat je de bronnen als losse regels ziet. Het vergelijken van engagement en gedrag per bron helpt je om te begrijpen welke kanalen niet alleen klikken opleveren, maar ook bezoekers die blijven en actie ondernemen.
Op basis van die inzichten pas je je kalender aan. Meer van wat werkt, minder van wat afleidt. Dat klinkt simpel, maar juist die discipline maakt het verschil over een periode van maanden.
Tools voor je social media kalender in 2026
Er is geen ‘beste’ tool voor iedereen. De keuze hangt af van hoeveel kanalen je beheert, hoeveel mensen meewerken en hoe belangrijk scheduling en rapportage voor je zijn.
Semrush Social Media Toolkit past goed bij teams die alles in één plek willen: plannen, schrijven, inplannen, samenwerken en resultaten volgen. De combinatie van publishing, analytics, rapportage en AI ondersteuning scheelt losse tools en losse exportjes.
Google Sheets is prima als je vooral overzicht wilt en al een vaste manier hebt om te publiceren. Je kunt tabs per maand maken en kolommen aanpassen, maar planning en meting doe je dan elders.
Notion werkt fijn als je social planning onderdeel is van een bredere content en projectomgeving. Houd er rekening mee dat publiceren en scheduling buiten Notion blijft.
Canva is handig als je veel designgedreven content maakt en je workflow rond visuals is gebouwd. Met een betaald plan kun je posts plannen voor onder andere Facebook, Instagram, X en LinkedIn, en je krijgt basisinzichten terug over prestaties.
Tot slot: maak het klein, maak het vol te houden
De grootste fout die ik zie is te ambitieus starten. Dan ligt er een mooie planning voor drie maanden, maar na twee weken is iedereen terug in de waan van de dag.
Begin liever met één maand, met een ritme dat past bij je team. Leg vast wie eigenaar is van de kalender, hoe review werkt en wanneer je meetmomenten hebt. Als dat staat, kun je uitbreiden naar meer formats, meer campagnes en eventueel meer kanalen.
Wil je een kalender combineren met planning, concurrentie-inzichten en rapportage in één omgeving, dan is de Semrush Social Toolkit een logische plek om te kijken. Niet omdat tools het werk doen, maar omdat ze je helpen om het werk beter vol te houden.